Tekst en foto's: (c) Carinda Jansen
Twee jaar geleden kraakte krakerscollectief Jantien de oude bioscoop aan het Nijmeegse Plein44, een pand met een monumentale gevel en ergens in een van de oude bioscoopzalen een monumentaal sterren-plafond. Het staat op dat moment al vier jaar leeg. Het collectief opende direct iedere donderdagmiddag de deur voor mensen van de straat en later ook de dinsdagmiddag. De deur van 'De Steeg’ staat open voor wie koffie lust en even op adem wil komen. In opdracht van Movisie onderzoek ik de onderlinge zorg, een verhaal over mijn bezoekjes aan De Steeg (tegenwoordig De Stek) lees je hierna.
Ik ben er een uurtje en ik duizel van de indrukken. Het is een merkwaardige verzameling mannen.
En ik. Zo'n twintig mannen komen en gaan. Mannen van de straat en mannen van het Nijmeegse krakerscollectief Jan10. We zitten aan een lange tafel met drie oude deuren als tafelblad. Het is koud; er is geen verwarming. Wel koffie. En cake.
Het verschil tussen de mannen van de straat en de krakers kan bijna niet groter. De mannen van de straat zijn stoned, luidruchtig, in zichzelf gekeerd, praten aan één stuk of liggen te slapen in de haveloze bank. Ze eten de kleffe cake die iemand meebracht en geven elkaar gemoedelijke high-fives. De krakersgroep bestaat uit andere mannelijke paradijsvogels; ze zijn aanzienlijk jonger dan de mannen van de straat, kleurrijk, gedecoreerd met piercings en palestinasjaals. De handen van de aanwezig mannen vertellen verhalen; enerzijds het leven op straat, anderzijds een statement in minischilderingen op tien sierlijk gelakte nagels. Ze bevinden zich in één ruimte; de tien meter hoge foyer waar vroeger de bioscoopkaartjes en de popcorn werden verkocht. Ze mixen niet echt, ze accepteren elkaar.
Wat bindt deze mannen? Ik vermoed vrijheidsdrang, autonomie en ze zijn allemaal teleurgesteld in het systeem. De 'Steeg’ is een antwoord op een gat in de zorg en de voorzieningen voor daklozen. Bambi is een van de krakers van het eerste uur. “Waarom ik dit doe? Uit medemenselijkheid. Ik zou liever ook niet willen kraken, ik wil geen gedoe met gemeente en OM .. maar het moet. Dit stond al vier jaar leeg. En ondertussen leven mensen op straat. We stellen het acht uur per week beschikbaar. Dat is het minste om te doen.”
De krakers hebben geen wens om zich verder te verbinden aan de levens of de zorgen van de daklozen. Bambi zegt daarover: “Ik heb helemaal geen verstand van deze groep. Ik ben geen hulpverlener, het is allemaal nieuw voor me. We hebben de hulpverleners hard nodig.”

De deur zwaait open. Een nieuwe gast arriveert. Hij fietst de bioscoop min-of-meer binnen. "Ooit", zou de bebaarde, tandeloze man me later zeggen, had hij een motor. Maar die is gejat. Nu fietst hij de hele dag. De anderen reageren positief op zijn komst. “Hee jongen. Hoe is het vandaag?” De man antwoordt: “Ik moet je zeggen. Het gaat vandaag niet zo goed. Ik hoest mijn longen uit mijn lijf. Die longontsteking wil maar niet weg. Hoor maar."
En iedereen luistert aandachtig naar de zware rochel van de fietsende vagebond. We horen het allemaal. Dat klinkt niet best. De fietser gaat zitten en steekt een sjekkie op. “Ik bewaar alle lege shag-builen en één keer in de zoveel tijd schud ik ze leeg in die pot daar op tafel. Als je er dan een aardappelschil of wat bij doet, dan is het niet zo droog. En dan hebben die jongens weer wat te roken.”
Ik raak met de fietser aan de praat over 'zorgen voor elkaar'. "Natuurlijk” zegt hij, “we zorgen hier allemaal voor elkaar, dat doen we op straat ook. Ik gebruik bijvoorbeeld heel veel medicijnen. Maar ik kan niet goed zien. Ik zie alleen maar grijze streepjes. En dan kom ik hier naartoe en dan kan Miguel het voor me lezen. Die zegt van zus of zo.”

Voor de andere mannen aan de tafel is De Steeg een vorm van dagbesteding. Ze leggen uit dat ze komen omdat ze ‘een man alleen zijn, weet je’ of zoals de tandeloze maar goed gebarbierde hondenbezitter zegt; “ik kom hierheen anders zit ik de hele dag met mijn hond en die wordt daar maar dik van".
Weer een nieuwe gast. Zonnebril, visserhoedje, Nikes. Geagiteerd loopt hij om de tafel, ondertussen krijgt iedereen een hand. Zijn blik is op de cake. Hij pakt een plak en gaat zitten. Het gesprek tussen de andere mannen wordt hervat. De nieuwe gast kan het moeilijk aan; al dat geluid in de galmende ruimte. Hij steekt zijn vingers in zijn oren, doet zijn ogen dicht en sist gepijnigd “ssst, zo kan ik niet denken”.
Dat gebeurt een paar keer. De anderen raken geïrriteerd: “wij maken nu eenmaal veel geluid”. Dan komt de grote, breedgeschouderde Miquel in actie. Ooit de nachtmerrie van hulpverlenend Nijmegen, nu gids en rustbewaker namens de Vagebond. “Iedereen is hier welkom, iedereen mag hier zijn zoals hij wil. Jij ook. Iedereen mag hier praten. Dus als je stil wil denken moet je dat buiten doen”. En de rust keert terug.
De tweede keer dat ik koffie ga drinken, zie ik de eerste vrouwen. Een vrouw zit kalmpjes tussen de mannen van de straat. Het zou iedere vrouw kunnen zijn. Ze valt niet op, zou zó de Hema in kunnen wandelen. Ze lijkt wat afwezig, maar mengt zich af en toe in het gesprek. Over dieren. Vroeger had ze honden. En katten. Zelfs eenden, maar die stonken als de ziekte. “Naar ammoniak” zegt haar buurman. Hij kan het weten, want vroeger werkte hij in een tuincentrum. Voordat alles in zijn leven als dominosteentjes omviel. Als ik me buk om iets van de grond te pakken zie ik de schoenen van de rustige vrouw. De schoenen verraden haar bestaan. Kapotte Swiebertje-schoenen, ik kan er niets anders van maken.
Tot slot maak ik nog kennis met een kleine man. Hij komt de ruimte binnen. Ook hij geeft iedereen een boks. Deze man weet de harten te stelen door bij iedereen te zeggen: "Hallo mooi mens”. Hij heeft zijn muts zo ver over zijn oortjes getrokken dat ze er krom van staan. Na iedere zin schuift hij de afgezakte bril terug op de ietwat snotterige neus. "Hij is echt een schatje”, zegt een van de gasten. De kleine man-met-muts fietst de hele dag door de stad. "Hij haalt overal vanalles op en hij brengt het bij mensen die het nodig hebben". De kleine man weet ook niet waarom hij dat doet.“Misschien omdat we vroeger zo arm waren”, zegt hij,“toen sliep ik met mijn ouders onder de brug en deelden we ook alles”. Als de kleine man gaat, herhaalt het ritueel zich. Hij geeft iedereen een boks en zegt: "Dag aardig mens. Dag aardig joch". Miquel zegt: “Dag directeur” en de kleine man-met-muts loopt de deur weer uit op weg naar vanalles. Voor de mensen die het nodig hebben.
Wil je ook een verhaal over de mooie mensen in jouw organisatie? Neem contact met me op; dat doe ik graag.
Dit verhaal
Dit verhaal maakt deel uit van een interviewreeks in opdracht van Movisie. De interviews zijn verwerkt in de Casusbundel Samen staan we sterk (2026). (Gentsidis, N., Jansen, C., Dermaux, J., Roskam. I. en Pijpers, R. (Movisie).
(c) Alle foto's op de site van buro KAN zijn gemaakt door en eigendom van Carinda Jansen